|
Tempel van energie geeft warmte in kou |
bron: Twentsche Courant Tubantia (15 januari 2010)
Beroemde stencilkunstenaar Hugo Kaagman inspecteert wekelijks de Delfts blauwe stadshaard in Roombeek. „Het is verreweg mijn grootste gebouw.” Kunstenaar Hugo Kaagman toert een keer per week vanuit z’n Amsterdamse atelier naar Enschede. Dan is het weer tijd voor een grondige inspectie van de stadshaard die in Roombeek in vlot tempo uit de grond is gestampt.
|
Het bijzondere bouwwerk, een opvallend baken in het noordelijk deel van de stad, nadert zijn voltooiing. Nauwgezet controleert Kaagman of alles goed gaat met de door hem ontworpen Delfts blauwe buitenmuren. „Kijk”, wijst hij op de tegelwand aan de kant van de Deurningerstraat, „die twee stekkers zitten veel te dicht bij elkaar. Dat moet anders.” Een van de platen met een mega- Delfts blauwe stekker wordt straks gewisseld. Kaagmans wijsvinger is nog (Delfts) blauw, want daar heeft hij eerder op de dag z’n nieuwste boek mee gesigneerd in de Art Kitchen Gallery in Amsterdam. In de vrieskou raakt de wereldberoemde stencilkunstenaar niet uitgepraat over z’n huzarenstukje. Hier, op de hoek van de Roomweg en de Deurningerstraat, verrijst het grootste Delfts blauwe kunstwerk ter wereld. De ontwerper is er trots op. Wat heet, apetrots. De Enschedese stadshaard kreeg nog net een prominente plek in het vorige maand gepresenteerde boek ‘Hugo Kaagman Stencil King, the Dutch Godfather of Stencil Graffiti’. De uitgave onderstreept de veelzijdigheid van de kunstenaar die consequent z’n eigen spoor trekt. Hij balanceert met regelmaat op het randje van kitsch, maar kiest daar dan weer doelbewust voor. „Beschouw dat dan maar als een parodie op de souvenirwinkels”, lacht hij. „Maar ik werk niet voor toeristen.” Eigenzinnig als hij is, begint Kaagman aan z’n Delfts blauwe periode op een moment dat daar juist op neer werd gekeken. „En ja, nu mag het weer”, zegt de kunsternaar. Kaagman noemt zich ‘een patronengek’. In de loop der jaren maakte hij zich de sjablonentechniek eigen. Hij snijdt het sjabloon uit en spuit het vervolgens op de ondergrond. Soms gebeurt dat met de airbrush- techniek. De wanden van de Enschedese stadshaard zijn gesierd met gelakte aluminiumplaten. Papier met het bewuste motief werd in spiegelbeeld om de plaat getrokken, in de oven gebakken en van een laklaag voorzien. „Het heeft dan het effect van een geglazuurde tegel.” De bekleding van de warmtekrachtcentrale van Essent in Roombeek is een nieuw fenomeen op het al zo indrukwekkende cv van de kunstenaar. Zeker wat betreft de omvang. Kaagman betitelt het bouwwerk, met wanden van tien meter hoog en een schoorsteen van 42 meter, als ‘een tempel van energie die lijkt op een moskee’. De wanden zijn, als gemeld, gesierd met bekende personen en stadstaferelen, algemene afbeeldingen en daar tussen de ‘witjes’ - de meeste een vierkante meter groot. Plompleliebladen groeien omhoog en bovenin de schoorsteen schijnt een zon van tulpenbladeren. „ Bovenin zitten grote ornamenten”, legt Kaagman ter plekke uit. „ Het is de eerste keer dat ik die bladeren zó groot maak.” Over de aansluiting van de ornamenten in de hoekscharnieren is hij minder tevreden. Het klopt niet helemaal. De ornamenten sluiten niet naadloos op elkaar aan. Een kniesoor die er op let. Als hij vanaf de Deurningerstraat een blik werpt op zijn grootste schepping tot nu toe, bekruipt Kaagman een ‘ Esscheriaans gevoel’. Voor de passant geldt: hoe langer je er naar kijkt, des te uitbundiger het feest der herkenning wordt. De stadshaard gaat binnenkort in bedrijf. |
|