Openingswoord bij de tentoonstelling van Afra Willems, 14 november 2009, Galerie 16 Hengelo, door Ellen Timmerman
Goedemiddag allemaal, en welkom bij de tentoonstelling van Afra Willems. Mijn naam is Ellen Timmerman, en Afra heeft mij gevraagd de opening van haar tentoonstelling te verzorgen/ en dat vind ik heel leuk om te doen, zeker omdat dit de laatste tentoonstelling van galerie 16 is. Officieel is het geloof ik nog niet bekend, maar het heeft ook al in de krant gestaan, dus noemen we het toch maar.
|
Het is heel jammer dat galerie 16 gaat verdwijnen; Twente is dan toch weer een tentoonstellingsplek armer, en dat valt alleen maar te betreuren. Zoals u hoort zeg ik Twente ipv Hengelo. Ik zal zo uitleggen waarom. In ieder geval is het een hele mooie tentoonstelling die als afsluiter dient van ongeveer 4 jaar galerie 16.
Ik wil het vanmiddag over 2 dingen met u hebben: natuurlijk over het werk van Afra maar eerst over het cultureel klimaat in Twente.
In Twente is er best veel te doen op het gebied van kunst en cultuur, en zeker ook op het gebied van beeldende kunst. Er zijn veel initiatieven, zoals het Medialab Enschede, AkkuH, Ag (Agterhuis) de villa, Dynamo Expo, Eerst en Filter, 21 Rozendaal, Kunstwerkplaats Borne, en zo was er de Twente Biënnale en het Grenswerkfestival. Er zijn goede tentoonstellingsplekken met mooie tentoonstellingen en er is een enthousiast klimaat. Veel mensen zijn actief, en er lijkt een sfeer te zijn waar veel mensen allerlei initiatieven willen ontplooien en dat ook doen.
Maar… een aantal zaken zouden wel kunnen verbeterd kunnen worden. Zo zouden veel instellingen meer bezoekers wensen. Er zou meer samenwerking kunnen komen met het naar buiten brengen en het onder de aandacht brengen van alle tentoonstellingen en initiatieven die er zijn. Debet hieraan is mijns inziens de hang van de verschillende gemeentes naar het ‘eigene’, naar het unieke karakter van bijvoorbeeld Hengelo, Enschede of Oldenzaal. Intussen hoopt iedereen op ook veel bezoekers uit het westen van het land. Terwijl in het westen van het land niemand zich erg druk maakt over het verschil tussen Almelo en Hengelo; het is het oosten van het land, en dus ver weg. Maar voor goede dingen zijn mensen echt wel bereid te reizen.
Zo wilde ik, toen ik hier net woonde, een uitkrant maken voor de regio Twente, en voor de grensstreek. Hieraan had ik zelf sterk behoefte, omdat ik uit de wirwar van onvolledige sites en berichtgeving, flyers etc. niet wijs kon worden en graag een overzicht wilde hebben van wat er nu eigenlijk was aan tentoonstellingsruimtes, theaters en concerten. Dit bleek al vele malen geprobeerd, en elke keer mislukt, niet van de grond gekregen. Zo ook met ons initiatief, niet gelukt. Maar jammer is het wel. Reden voor al deze mislukkingen was weer het ‘eigene’ van elke stad, jaloezie, concurrentiegevoelens tussen de plaatsen en ook instellingen(!) onderling.
Maar is er dan geen gemeenschappelijke noemer om het cultureel leven in dit deel van het land onder te brengen? Hoe kan Twente zich wel beter profileren? Wat maakt Twente tot een bijzondere regio met meerwaarde?
Het bijzondere van Twente is natuurlijk als eerste dat het helemaal in het Oosten van Nederland ligt. Het ligt aan de grens, een unieke positie, op de lijn Amsterdam-Berlijn. Nagenoeg in het midden, hoewel.., niet helemaal, maar wel ongeveer. Dat is een bijzondere plek, en dat zou je moeten uitbuiten. En als je zo op de grens zit moet je niet alleen maar één richting op kijken. Je kunt wel veel mensen uit het westelijk deel van het land willen ontvangen op je tentoonstellingen, maar waarom niet meer mensen uit het oosten, uit Duitsland? Daarvoor zitten we toch op de grens? Dus: 2 kanten uitkijken!!
Verder is Twente meer een stedelijk gebied met veel groen ertussen dan een landelijke gebied met stedelijke kernen. Relatief is het best dicht bevolkt, er wonen in Twente ongeveer evenveel mensen als in Amsterdam. En in dat gebied liggen een aantal grotere en kleinere kernen, in totaal geloof ik 14 gemeentes. Over de grens zijn er nog een aantal gemeentes die ook op cultureel gebied interessants te bieden hebben. Twente. De grensstreek zou een sterkere culturele identiteit kunnen hebben als de krachten meer gebundeld zouden worden, door bijvoorbeeld meer samenwerking en uitwisselingen van verschillende culturele instellingen. De aantrekkelijkheid en dynamiek van de regio zou hierdoor sterk vergroot kunnen worden als er niet zo krampachtig aan het eigene wordt vastgehouden, en als de grens wat minder voelbaar gemaakt zou worden.
En nu weet ik wel dat er hier ook daadwerkelijk al het een en ander aan gedaan wordt. Zo besteed de Roskam al veel aandacht aan kunst en cultuur met een redelijk volledige agenda, is sinds vorig jaar de site IKEnschede inde lucht die ook veel activiteiten onder de aandacht brengt. En dan heb je nog Oostkunst en de Netwerkstad. Het Grenswerkfestival stond in het kader van onze oosterburen, en ongetwijfeld vergeet ik nu een aantal belangrijke initiatieven.
Ik hoop dat iedereen in de culturele sector zich hiervan bewust wordt, of je nu kunstenaar bent, of anderszins verbonden bent met kunst en cultuur. Het is de moeite waard om het hele gebied te zien als een regio die potentie heeft, door de ligging en de letterlijke ruimte die er is. En daarbij zou men verder moeten kijken dan de grens.
Als laatste wil ik graag afsluiten met een waarschuwing/ kanttekening: Diversiteit is een goed iets. Het pleidooi richt zich dan ook niet allen op zo maar meer samenwerking tussen gemeentes. We moeten ervoor waken dat overheden te veel gaan plannen en gemakshalve de conclusie trekken dat 1 theater wel genoeg is voor een x aantal inwoners, of dat 1 centrum actuele kunst wel voldoende zal zijn om de culturele verscheidenheid onder de aandacht van het publiek te brengen. Het is jammer dat een aantal tentoonstellingsruimtes op het punt staan te verdwijnen, zoals nu galerie 16 en waarschijnlijk ook Villa de Bank. Koester de diversiteit!!! Koester kleinere initiatieven!! Een bloeiend cultureel leven bestaat niet uit 1 officieel goedgekeurd podium, maar juist door alle kleinschalige initiatieven! Laat het gisten, laat het bruisen! Geef kunstenaars de ruimte! Dat levert een interessant cultureel klimaat op waar nieuwe, interessante en verrassende dingen kunnen gebeuren. En dat is waar Twente behoefte aan heeft.
Dit is de laatste tentoonstelling van galerie 16. En ik zeg het nog maar een keer, het is heel jammer dat galerie 16 gaat verdwijnen. Twente is toch weer een tentoonstellingsplek armer, en dat valt alleen maar te betreuren.
En dan wil ik nu weer terug naar het prachtige werk van Afra Willems.
Het werk van Afra gaat over alleen zijn, over meisjes, als een soort poppetjes, over kleur, over schilderen, over kleding, over gelaagdheid en over vorm.
Op haar website worden de schilderijen ondergebracht onder de noemer: ‘seraphic’, en dat betekent engelachtig, rein. Een behoorlijk aantal van de schilderijen lijken zich in een onderwaterwereld af te spelen (en deze associatie wordt bij mij waarschijnlijk mede ingegeven door de kleur groen) wat ze zeker dromerig en sereen maakt. Er is een soort onschuld te zien in haar werk, met warrelende planten, waar het haar en delen van de jurken van het meisje onderdeel worden van de onderwaterwereld. Het haar van een meisje dat zelf ook een waterplant wordt; de jurk, die ook opgaat in de omgeving en onderdeel wordt van de wereld waarin het meisje zich bevindt. Maar de meisjes zijn ook erg alleen. Ze lijken soms een soort popjes, of soms lijken ze zelfs dood, afgestorven als een waterplant; en alleen de huid, het omhulsel is nog over. Zo komen we nooit te weten wie het meisje nu was of is. De niet dode meisjes kijken ons ook niet aan. Ze bevinden zich in hun eigen mysterieuze wereld in hun mooie jurk of met hun mooie haar. Ze gaan op in iets waar wij werkelijk geen weet van hebben. Ze zweven door hun ruimte, alsof de wetten van de zwaartekracht nauwelijks vat op hen hebben.
Afra heeft in 2008 ook letterlijk popjes gemaakt. Kleine welhaast dode popjes met waanzinnige sexy outfits, als een soort Barbiepoppen. Ze liggen er tamelijk levenloos bij, en op de schilderijen zien we soortgelijke popjes terug. Meisjes, die dan wel niet allemaal heel dood lijken, maar wel heel allenig in hun wereld zijn. Meisjes of popjes met een heel mooie jurk, waar ze misschien best trots op zijn. Maar wie zij zijn weten we niet.
De vraag die bij mij opkomt als ik het werk bekijk is of deze meisjes nu slachtoffer ergens van zijn of dat ze in een heel andere wereld leven die anders is dan onze wereld. Zijn ze afgesloten van de echte wereld, en hebben ze daar dan voor gekozen of niet? Of: gaat het hier over schuld en onschuld, of over een sprookje, een fantasiewereld? Of gaat het om de vrouw als symbool, als muze, over de identiteit van de vrouw en het meisje en over vrouwbeelden zoals die in deze tijd op ons afkomen en waar geen vrouw of meisje ooit aan kan voldoen? Aan de kijker het antwoord, beter gezegd, aan de kijker de vraagstelling.
De schilderijen van Afra zijn ook een lust voor het oog, en dat heeft ook te maken met het schilderen. Met name in de jurken leeft Afra zich als schilder uit. Haar werk gaat over kleur, over sfeer, vormenspel en decoratie. Het proces van schilderen gaat langzaam, Afra houdt van kleur, schilderen en het proces wat erbij hoort. Laag over laag worden de schilderijen heel precies opgebouwd. Dat geeft de schilderijen diepte, en al die verschillende lagen geven het schilderij ook de inhoud. Al de vragen die men zich kan stellen zitten in de opbouw van het schilderij geweven. |
|