|
Ik hoef niet zo nodig uithangbord te zijn |
Bron: Twentsche Courant Tubantia (25 maart 2010) door Ben Lensink
Roelof Bleker neemt vandaag afscheid als wethouder. Negen jaar geleden nam hij het stokje over van Dick Buursink. De wederopbouw van Roombeek is een van zijn vele succesnummers. „Ik vind het goed dat de lat hoog wordt gelegd.”
|
| Hij stapt ontspannen door het stadhuis. De boel is nog niet gepakt, maar vertrekkend wethouder Roelof Bleker hoeft alleen nog maar lopende zaken af te handelen. Bleker is dezer dagen drukker met zijn nevenfuncties bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten ( VNG). Vanmiddag neemt de 42-jarige bestuurder afscheid. In het popcafé van Atak. De catacomben van het poppodium in het Muziekkwartier behoren tot zijn favoriete plekjes in de stad. „ Als ik een rondleiding geef, kijken we hier ook altijd even. Hier komen mensen bij elkaar. Bandjes, conservatoriumstudenten en leerlingen van de muziekschool. Het gonst er de hele dag. Dát is Enschede Muziekstad!” Bleker komt er ook wel eens ‘buiten diensttijd’. „ Af en toe ga ik de stad in. Om te drinken, te praten en te dansen. Dat zoek ik dan bewust op.” De ene keer kan hij in zijn vrijetijdskloffie uit zijn dak gaan in Atak, de volgende dag zit-ie als VNG-bestuurder strak in het pak om tafel met een minister. Het gaat Bleker even gemakkelijk af. Zoals bijna alles hem schijnbaar makkelijk afgaat. Roelof Bleker is niet de bestuurder die zo nodig op de voorgrond moet. Negen jaar was hij de stille kracht in het college. De aard van het beestje, denkt- ie. „ Ik hoef geen uithangbord te zijn.” Hij is en blijft een nuchtere Groninger. „Mijn drive is dingen voor elkaar krijgen. Je moest eerst weten wat je wilt en wie er mee moeten doen. Dan zoek je de partners bij elkaar.” Bleker houdt van dit soort processen. Creatievelingen als stadsarchitect Ton Schaap en Rein van der Lugt, vorig jaar artistiek leider van het festival Grenswerk, voorzien hem van ‘nieuwe energie’. Het heeft niets met - valse - bescheidenheid te maken. Resoluut: „ Ik vind mezelf niet bescheiden. Ik weet heel goed wat ik kan. Maar ik ben niet iemand die constant de pers opzoekt. Dat vind ik meer bijzaak. Soms vervelend, ja.” „Natuurlijk ben ik soms ook trots op dingen die ik heb bereikt of waar ik een bijdrage aan heb geleverd. Vaak zijn dat bouwprojecten en die zijn nu eenmaal goed zichtbaar.” Dat sommigen hem een tikkeltje arrogant vinden, deert hem niet. Het zij zo. Bleker wil graag worden afgerekend op inhoud. Achter het bureau in zijn werkkamer in het stadhuis hangt een opmerkelijke foto van oud-AKI- student Stina Roosen, die tegenwoordig in Zweden woont en werkt. Beetje provocerend. Een vrouw in rode lingerie voor een raam. Het kozijn is ongekend helblauw. Links knuffelt een man een kind op zijn arm. Het is sociale fotografie, zegt Bleker. Hij vindt het een sterk beeld. Gemaakt bij een woning aan de Renbaanstraat van voor de ramp. Bleker poseerde vóór deze foto voor een plaatje op het gemeentelijk intranet. De reacties waren wisselend. Aan de overkant hangt een fotoserie Yee Ling Tang van vijf levensgrote Aziatische jongeren, bezoekers van Asian Parties. „ Stuk voor stuk krachtige individuen.” Kunst en cultuur, Roelof Bleker heeft er altijd al wat mee gehad. Noem hem gerust een culturele veelvraat. Als student ging hij met zijn UT-pas naar de schouwburg om voor een rijksdaalder Introdance te zien. Hij was meteen verkocht aan moderne dans. Op de UT was Bleker theaterprogrammeur in de Vrijhof. „ Ik vind zo ontzettend veel dingen interessant.” Hij prijst zich gelukkig dat-ie de afgelopen vier jaar als cultuurwethouder mee heeft kunnen smullen van zo veel moois. Dat Bleker op het collegepluche zou belanden, was eigenlijk niet eens de bedoeling. Na twee periodes in de gemeenteraad, waarvan de laatste als fractieleider van de PvdA, zou hij er in 2002 mee stoppen. „Dan zoek ik wel een andere hobby, zei ik thuis voor de grap.” De vuurwerkramp veranderde alles. Als Dick Buursink vertrekt neemt Bleker het stokje over. De wederopbouw van de verwoeste wijk Roombeek wordt een van Blekers succesnummers. „Een spannende en historische opgave. Het ging om de sociale, fysieke en economische opbouw. Ik was onbe-last en kon dus onbevangen een frisse start maken.” Bleker is medebedenker van het particulier opdrachtgeverschap. Een bijzondere manier om ‘het enorme gat dat in de stad was geslagen op een organische manier te laten groeien’. Ondanks de ellende geeft het de mensen kansen en inspiratie. „Ik kon toekomstgericht bezig zijn, want ik hoefde me niet met de afhandeling van schaderegelingen te bemoeien. Het was de kunst om van de ramp een kans te maken. Het was een uitzonderlijk stedenbouwkundig concept met veel innovaties. De mensen hebben de ruimte gekregen in Roombeek. Het was ook heel dubbel: omgaan met emoties en tempo maken. Pas in 2005 spraken we weer over Roombeek in plaats van wederopbouwwijk.” De laatste drie jaar merkt Bleker dat Enschedeërs in toenemende mate trots zijn op hun stad. Niet alleen door het succesverhaal van Roombeek, maar ook door de grote stedelijke vernieuwingen als het Van Heekplein. „ Ik zie nog zo de doemdenkers bij de bouwput op het Van Heekplein staan. Zij hebben ongelijk gekregen.” Bleker bleef zijn eigen spoor trekken. Soms leek hij ver voor de troepen uit te lopen. In de raadszaal kwam hij wel eens nurks over „ Ja, op momenten dat er onzin werd verkocht en politiek met een kleine ‘p’ werd bedreven.” Zestien jaar lang vier avonden per week op pad, maakt dat Beleker het welletjes vindt. Hij maakte al vroegtijdig bekend dat-ie ermee stopt. Toch een beetje trendsetter voor ministers als Eurlings en Bos? „Misschien wel.” Wat hij nu gaat doen? Bleker heeft ‘echt nog geen idee’. Drie keer kreeg hij vanuit de PvdA het advies om te solliciteren op een burgemeesterspost. Bleker zit er niet om te springen. „Ik sluit het ook niet uit, maar dan wel van een stevige stad!” Rond de zomer wil hij er voor zichzelf wel uit zijn. Een maand geleden solliciteerde hij op de functie van directeurbestuurder van een woningcorporatie. Het werd een ander. Die kant zal het wel uitgaan, verwacht Bleker. Woningcorporatie, zorginstelling of waterschap. „Ik hou van een complexe maatschappelijke omgeving. Om samen met anderen dingen voor elkaar te krijgen.” |
|